We betalen belasting zodat de overheid geld heeft. Hiermee betalen ze dingen zoals scholen, ziekenhuizen en wegen.
Je moet de overheid vertellen hoeveel geld je verdient. Dit doe je door een formulier in te vullen. Dit heet je inkomsten opgeven. Daarna rekent de overheid uit hoeveel belasting je moet betalen.
Om een hypotheek te krijgen, moet je laten zien hoeveel geld je verdient. De bank kijkt of je genoeg kunt betalen. Daarna beslissen ze of je de hypotheek krijgt.
Hoe kom
Een notaris is een speciaal persoon die alles officieel maakt.
Bij een huis kopen helpt de notaris om de papieren te controleren. Hij zorgt ervoor dat het huis echt van jou wordt. Dat is belangrijk, zodat alles eerlijk en goed geregeld is.
Hoe kom je aan dat formulier?
Je krijgt het formulier van de belastingdienst. Vaak sturen ze een brief of een e-mail. Je kunt het formulier ook vinden op de website van de belastingdienst. Soms moet je inloggen met je DigiD om het te gebruiken.
Het begrip DigiD wordt uitgelegd in het gedeelte "online".
Hier is een lijst met veel voorkomende termen die te maken hebben met belastingen:
1. Belasting
Uitleg: Geld dat je aan de overheid moet betalen, bijvoorbeeld voor scholen, wegen en ziekenhuizen.
2. Belastingdienst
Uitleg: Een organisatie van de overheid die belasting regelt en int.
3. Inkomstenbelasting
Uitleg: Belasting die je betaalt over het geld dat je verdient met werk.
4. BTW (Belasting Toegevoegde Waarde)
Uitleg: Belasting die je betaalt als je iets koopt in een winkel of online.
5. Aangifte
Uitleg: Doorgeven aan de Belastingdienst hoeveel geld je hebt verdiend, zodat ze kunnen berekenen hoeveel belasting je moet betalen.
6. Toeslag
Uitleg: Geld dat je kunt krijgen van de overheid om dingen zoals huur, zorg of kinderopvang te betalen.
7. Huurtoeslag
Uitleg: Geld van de overheid om je te helpen met het betalen van je huur.
8. Zorgtoeslag
Uitleg: Geld van de overheid om je te helpen met het betalen van je zorgverzekering.
9. Kindgebonden budget
Uitleg: Extra geld dat je van de overheid kunt krijgen als je kinderen hebt.
10. Schijven
Uitleg: Verschillende groepen voor belasting. Hoe meer je verdient, hoe meer belasting je betaalt.
11. Teruggave
Uitleg: Geld dat je terugkrijgt van de Belastingdienst als je te veel belasting hebt betaald.
12. Vermogensbelasting
Uitleg: Belasting die je betaalt over het geld of de spullen die je bezit, zoals een huis of spaargeld.
13. Onroerendezaakbelasting (OZB)
Uitleg: Belasting die je betaalt als je een huis bezit.
14. Loonheffing
Uitleg: Belasting die je werkgever al van je salaris haalt en aan de Belastingdienst betaalt.
15. Vrijstelling
Uitleg: Geld waarover je geen belasting hoeft te betalen.
16. Heffingskorting
Uitleg: Korting op de belasting die je moet betalen. Bijvoorbeeld omdat je werkt of kinderen hebt.
17. Fiscale partner
Uitleg: Iemand met wie je samen je belastingaangifte mag doen, bijvoorbeeld je partner of echtgenoot.
18. Uitstel
Uitleg: Later belasting betalen dan de normale datum.
19. Boete
Uitleg: Extra geld dat je moet betalen als je de belasting niet op tijd betaalt.
20. Vastgoedbelasting
Uitleg: Belasting op een huis of gebouw dat je bezit.
Made with Mobirise bootstrap site template