winkelen

Mobirise

Winkelen

Lijst van moeilijke woorden met uitleg (genummerd)

1. Boodschappenlijstje
Uitleg: Een lijst waarop je schrijft wat je wilt kopen.

2. Supermarkt
Uitleg: Een grote winkel waar je eten, drinken en andere spullen kunt kopen.

3. Winkelwagen
Uitleg: Een grote kar waarin je spullen kunt leggen in de winkel.

4. Winkelmandje
Uitleg: Een mandje dat je kunt dragen om kleine spullen in te leggen.

5. Rekken (of schappen)
Uitleg: Planken in de winkel waar producten op staan.

6. Product
Uitleg: Iets wat je kunt kopen, zoals brood of melk.

7. Prijskaartje
Uitleg: Een kaartje waarop staat hoeveel iets kost.

8. Kassa
Uitleg: De plek in de winkel waar je betaalt voor wat je hebt gekocht.

9. Pinpas
Uitleg: Een kaart waarmee je geld kunt betalen zonder contant geld.

10. Contant geld
Uitleg: Munten en briefjes waarmee je betaalt.

11. Bonnetje
Uitleg: Een papiertje waarop staat wat je hebt gekocht en hoeveel het kostte.

12. Aanbieding
Uitleg: Een product dat tijdelijk goedkoper is.

13. Korting
Uitleg: Geld dat je minder betaalt voor een product.

14. Zelfscan
Uitleg: Een apparaat waarmee je zelf je producten kunt scannen en betalen.

15. Bezorgservice
Uitleg: Als de winkel je boodschappen thuisbrengt.

16. Markt
Uitleg: Een plek buiten waar je eten, bloemen of andere dingen kunt kopen.

17. Koopavond
Uitleg: Een avond waarop winkels langer open zijn.

18. Budget
Uitleg: Het geld dat je hebt om iets te kopen.

19. Verpakking
Uitleg: Het plastic of papier om een product heen.

20. Retourneren
Uitleg: Een product terugbrengen naar de winkel als het niet goed is.

Website was made with Mobirise site theme