1. Recept
Uitleg: Een brief of digitaal bericht van de dokter waarin staat welk medicijn je nodig hebt en hoe je het moet gebruiken.
2. Voorschrift
Uitleg: De informatie van de dokter over hoe vaak en hoeveel van een medicijn je moet nemen.
3. Herhaalrecept
Uitleg: Een recept waarmee je hetzelfde medicijn opnieuw kunt halen, zonder opnieuw naar de dokter te gaan.
4. Medicatie
Uitleg: Een ander woord voor medicijnen.
5. Naam van het medicijn
Uitleg: De naam van het medicijn dat op het recept staat, bijvoorbeeld "paracetamol".
6. Dosis
Uitleg: Hoeveel van het medicijn je moet nemen, bijvoorbeeld één tablet.
7. Frequentie
Uitleg: Hoe vaak je het medicijn moet gebruiken, bijvoorbeeld "twee keer per dag".
8. Toedieningsvorm
Uitleg: Hoe je het medicijn gebruikt, bijvoorbeeld als pil, zalf of drankje.
9. Afleverdatum
Uitleg: De datum waarop je het recept hebt gekregen of het medicijn hebt opgehaald.
10. Voorschrijver
Uitleg: De dokter of specialist die het recept heeft geschreven.
11. Bijsluiter
Uitleg: Een papier dat je bij het medicijn krijgt, waarin uitleg staat over hoe je het moet gebruiken.
12. Apotheek
Uitleg: De plek waar je je recept inlevert en het medicijn ophaalt.
13. Generiek medicijn
Uitleg: Een medicijn zonder merknaam, maar met dezelfde werking als het voorgeschreven medicijn.
14. Specialité
Uitleg: Een medicijn met een merknaam, vaak duurder dan een generiek medicijn.
15. Receptplichtig
Uitleg: Een medicijn dat je alleen kunt krijgen met een recept van de dokter.
16. Zelfzorgmedicijn
Uitleg: Een medicijn dat je zonder recept kunt kopen.
17. Interacties
Uitleg: Hoe een medicijn reageert met andere medicijnen die je gebruikt.
18. Bijwerking
Uitleg: Iets dat kan gebeuren als je een medicijn gebruikt, zoals hoofdpijn of moeheid.
19. Medicatie-overzicht
Uitleg: Een lijst van alle medicijnen die je gebruikt, vaak ook op het recept vermeld.
20. Vergoeding
Uitleg: Het geld dat je verzekering soms betaalt voor het medicijn.
https://mobirise.com site creator